ECLI:NL:RVS:2025:3935
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie wees op 11 december 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 juli 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde de minister hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening houdt in dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.