ECLI:NL:RVS:2025:3913
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De minister heeft op 17 mei 2025 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 18 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en de motivering van de rechtbank overgenomen. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan op 18 augustus 2025 door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier R.H.L. Dallinga.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.