ECLI:NL:RVS:2025:3893
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 27 juni 2025 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Ambtshalve ziet de Afdeling ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.