ECLI:NL:RVS:2025:386
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over overplaatsing vreemdeling en vrijheidsbeperkende maatregel
Bij besluit van 4 oktober 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen. Tevens legde de minister van Asiel en Migratie op die datum een vrijheidsbeperkende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 13 december 2024 de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de vrijheidsbeperkende maatregel, omdat tegen dit besluit geen hoger beroep openstaat volgens de Vreemdelingenwet 2000. Voor zover het hoger beroep gericht is tegen het besluit tot overplaatsing naar de Handhavings- en Toezichtlocatie, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep in zoverre af. De minister en het COa worden niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2025.
Uitkomst: Hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel onbevoegd verklaard en uitspraak rechtbank over overplaatsing bevestigd.