ECLI:NL:RVS:2025:3835
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning kamerbewoning en opdracht tot vergunningverlening in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 19 oktober 2020 de vergunning voor kamerbewoning voor zes personen in een woning aan de Aegidiusstraat. Het college motiveerde de weigering met het ontbreken van een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid, mede vanwege klachten over geluidsoverlast en de concentratie van studentenhuizen in de straat.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van de appellant tegen dit besluit ongegrond. De appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had aangetoond dat de klachten over overlast betrekking hadden op de bewoners van de woning en dat het college onvoldoende rekening had gehouden met het vrijwilligerswerk van de studenten.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op binnen zes weken alsnog een vergunning te verlenen. Tevens werden eerdere dwangsombesluiten herroepen en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning voor kamerbewoning wordt vernietigd en het college wordt opgedragen de vergunning te verlenen.