ECLI:NL:RVS:2025:3811
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling in hoger beroep tegen vertrekbesluit EU
Appellant werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten bij besluit van 25 juli 2024. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 24 juni 2025 het beroep gegrond verklaarde, de minister veroordeelde tot betaling van proceskosten van €2.267,50 en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, uitsluitend gericht tegen de hoogte van de proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht 2,5 punten toekende voor het beroepschrift, de zitting en de nadere zitting, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De grief van appellant faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de minister veroordeelde tot betaling van €2.267,50 aan proceskosten. De minister hoeft geen proceskosten in hoger beroep te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling van €2.267,50 wordt bevestigd.