ECLI:NL:RVS:2025:3806
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico in Jemen
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 24 maart 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond bij uitspraak van 28 mei 2025. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd dat in Jemen geen sprake is van een meest uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Daarbij waren niet alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking genomen, wat in strijd is met eerdere jurisprudentie van de Afdeling.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van de minister. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen; tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.