ECLI:NL:RVS:2025:3770
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 4 april 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevatte die beantwoording behoefden.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is de afwijzing van de verblijfsvergunning definitief gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.