ECLI:NL:RVS:2025:3745
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening minister asiel en migratie inzake opvang Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid sommeerde betrokkene op 23 januari 2024 om de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening te verlaten. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze sommatie, dat op 23 mei 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris.
De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 26 mei 2025 het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 7 augustus 2025 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. De gemeente Amsterdam werd als partij betrokken en bracht een schriftelijke uiteenzetting uit. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.