ECLI:NL:RVS:2025:3735
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beëindigde de opvang van betrokkene in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 20 februari 2024. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening, zodat zij geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is afgerond. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam gaven schriftelijke uiteenzettingen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog de belangen van partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister voorlopig geen nieuw besluit te nemen. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.