ECLI:NL:RVS:2025:3732
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 27 maart 2025 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 16 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 7 augustus 2025 en betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met toepassing van artikel 8:83, derde lid. De voorzieningenrechter motiveert zijn beslissing mede aan de hand van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.