ECLI:NL:RVS:2025:3653
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 1 november 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 februari 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl betrokkene incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 4 augustus 2025 dat het hoger beroep van de minister ongegrond is omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen en andere relevante omstandigheden weegt in het kader van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd eveneens ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.