ECLI:NL:RVS:2025:3641
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang en oplegging vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 31 januari 2025 aan appellant de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet geen aanleiding om de grensdetentie onrechtmatig te achten en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 6 augustus 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de weigering van toegang en de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel en verklaart het hoger beroep ongegrond.