ECLI:NL:RVS:2025:3640
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 20 december 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevat.
De voorzieningenrechter bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 1 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.