ECLI:NL:RVS:2025:3593
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor tuinkamer deels buiten bouwvlak
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard weigerde op 28 april 2021 een omgevingsvergunning voor de bouw van een tuinkamer aan de achterzijde van de bedrijfswoning van appellant, omdat de tuinkamer deels buiten het bouwvlak zou komen te liggen en daarmee in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard". Appellant exploiteert een fruitteeltbedrijf en woont op het perceel.
Appellant voerde aan dat de tuinkamer vergunningvrij mocht worden gebouwd als bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De Afdeling oordeelde dat de tuinkamer geen bijbehorend bouwwerk is, omdat het gebruik ervan planologisch is verbonden aan de bedrijfswoning en niet aan het bedrijfsgebouw, dat op grond van het bestemmingsplan als hoofdgebouw geldt. Hierdoor is een omgevingsvergunning vereist.
Verder stelde appellant dat het college de vergunning had kunnen verlenen op grond van artikel 4 van Pro bijlage II van het Bor in samenhang met artikel 2.12 Wabo. Dit faalde omdat de tuinkamer geen bijbehorend bouwwerk is en het college terecht geen medewerking verleende aan de afwijking van het bestemmingsplan. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.