ECLI:NL:RVS:2025:3555
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwstop en dwangsommen bij verbouwing supermarkt in strijd met omgevingsvergunning
Op 18 maart 2020 verleende het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek een omgevingsvergunning aan appellant voor de verbouwing van een supermarkt op een perceel in Diessen. Op 11 en 12 mei 2020 constateerden gemeentelijke controleurs dat bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd die afweken van de vergunning, waaronder funderingsstroken die niet overeenkwamen met de vergunde tekeningen. Het college legde daarop bouwstops en lasten onder dwangsom op, welke appellant aanvocht.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend optrad, maar stelde dat de dwangsommen onredelijk hoog waren en vernietigde die besluiten deels. Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank dat sprake was van overtreding en dat de bouwstop en dwangsommen terecht waren opgelegd. De Afdeling oordeelde dat de dwangsommen in redelijke verhouding moesten staan tot de bouwkosten van de zonder vergunning gebouwde gedeelten en dat het college dit voldoende had gemotiveerd.
Appellant voerde aan dat de bouwdelen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in achtererfgebied waren, wat de Afdeling verwierp. Ook het betoog dat appellant niet opnieuw had moeten worden gehoord bij het besluit van 25 januari 2022 werd verworpen. De Afdeling concludeerde dat het college de dwangsommen op juiste wijze had vastgesteld en dat het hoger beroep ongegrond was. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige toetsing van bouwactiviteiten aan vergunningen en het proportioneel opleggen van dwangsommen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de bouwstop en dwangsommen terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond.