ECLI:NL:RVS:2025:3536
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 juni 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 november 2024 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister omtrent de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 1 augustus 2025 dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat de minister niet alle relevante omstandigheden heeft meegewogen bij de beoordeling van de uitzonderlijke situatie in Jemen volgens artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank heeft daarom terecht het besluit vernietigd.
De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en legt de minister een kostenveroordeling op van €907,00 voor de beroepsmatige rechtsbijstand van betrokkene.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vernietigende vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.