ECLI:NL:RVS:2025:3524
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risicosituatie Jemen
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 september 2024 werd afgewezen. De minister vulde dit besluit op 14 november 2024 aan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom in Jemen niet sprake zou zijn van de meest uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De beoordeling van de risico’s in Jemen was niet volledig en niet deugdelijk onderbouwd.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 10 september en 14 november 2024. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De overige griefs behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere besluiten worden vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.