ECLI:NL:RVS:2025:3511
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister nog geen besluiten had genomen. Inmiddels heeft de minister bij besluiten van mei 2025 de aanvragen afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat met deze besluiten het doel van de procedure is bereikt en dat het hoger beroep daarom niet ontvankelijk is. De Afdeling heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de verlenging van beslistermijnen, maar deze zijn nog niet volledig beantwoord, waardoor de Afdeling eerst een einduitspraak moet doen.
De minister heeft de beslistermijn van vijftien maanden overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van de verlenging, en wordt daarom veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten. Het beroep tegen de afgewezen aanvragen wordt van rechtswege doorverwezen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, die in eerste aanleg asielbesluiten toetst.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van besluiten is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afgewezen aanvragen is verwezen naar de rechtbank.