ECLI:NL:RVS:2025:3504
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 17 april 2025 door de minister is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van verzoeker op 16 juli 2025 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 juli 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister is veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, welke volledig toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak biedt bescherming aan verzoeker gedurende de beroepsprocedure tegen uitzetting en waarborgt zijn recht op opvang.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.