ECLI:NL:RVS:2025:350
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en weigering verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in asielzaak
De vreemdeling, een Afghaanse niet-begeleide minderjarige die in Nederland asiel heeft aangevraagd, kreeg aanvankelijk een afwijzing van zijn aanvraag en een terugkeerbesluit opgelegd. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. Bij het daaropvolgende besluit van 13 juli 2023 werd de aanvraag opnieuw afgewezen en het terugkeerbesluit gehandhaafd.
De vreemdeling stelde in hoger beroep onder meer dat het onderzoek naar adequate opvang in Afghanistan afgerond had moeten zijn voordat hij meerderjarig werd. De Afdeling oordeelde dat de minister niet verplicht is het onderzoek af te ronden vóór meerderjarigheid, mits dit gemotiveerd wordt. De minister had dit voldoende gedaan, gelet op de beslistermijn en het moment van het eerste gehoor.
Een belangrijk punt was de scheiding van de vreemdeling van zijn jongere broer, met wie hij samen naar Nederland was gekomen en die ook een verblijfsvergunning had aangevraagd. De Afdeling achtte deze scheiding in strijd met artikel 8 EVRM Pro en vernietigde het terugkeerbesluit en de weigering van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister moet opnieuw besluiten nemen, rekening houdend met de uitkomst van de procedure van de broer. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.