ECLI:NL:RVS:2025:3498
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering minister
Bij besluit van 24 december 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank, die op 20 mei 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde op 29 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is, omdat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen, gecombineerd met andere relevante informatie, had meegewogen bij de beoordeling van het asielverzoek op grond van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 juli 2025 waarin werd vastgesteld dat de minister de beoordeling niet deugdelijk had gemotiveerd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en legt de nadruk op het belang van een zorgvuldige en volledige motivering van beslissingen over asielaanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.