ECLI:NL:RVS:2025:3496
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 september 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 mei 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 29 juli 2025 dat de minister de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen, zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn, niet deugdelijk had gemotiveerd. De rechtbank had daarom terecht het besluit vernietigd.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidentele hoger beroep van betrokkene verviel. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00. De uitspraak bevestigt het belang van een volledige en zorgvuldige motivering bij het beoordelen van asielaanvragen op basis van humanitaire gronden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.