ECLI:NL:RVS:2025:3488
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
Appellant heeft op 3 april 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 5 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook acht de Afdeling de gewijzigde situatie in Syrië eind 2024 niet relevant binnen het huidige toetsingskader, en verwijst appellant naar een nieuwe aanvraag indien gewenst.
Daarom bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 25 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.