ECLI:NL:RVS:2025:3485
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens ontbreken vereiste stukken
Appellant heeft bij besluit van 5 december 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen vanwege het ontbreken van alle vereiste documenten zoals vermeld in bijlage 8aa bij artikel 3.20a, vierde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 juni 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 13 maart 2024 het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Het hoger beroep bij de Raad van State leidt niet tot vernietiging van deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat appellant niet alle vereiste stukken heeft overgelegd en geen steekhoudende verklaring heeft gegeven waarom dit niet mogelijk was. Hierdoor mocht de minister van horen afzien en de aanvraag zonder voorlegging aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland afwijzen.
Het hoger beroep bevat geen vragen die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat nadere motivering niet nodig is. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.