ECLI:NL:RVS:2025:3468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 18 november 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 mei 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd hoe de slechte humanitaire situatie in Jemen, in combinatie met andere relevante omstandigheden, werd meegewogen in de beoordeling onder artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. Dit oordeel sloot aan bij een eerdere uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het voorwaardelijk incidentele hoger beroep van betrokkene verviel. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.