ECLI:NL:RVS:2025:3454
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 10 december 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juni 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister, met name omtrent de beoordeling van de situatie in Jemen in het kader van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
Zowel de minister als betrokkene gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de minister faalt omdat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister niet alle relevante omstandigheden heeft meegewogen bij de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen. Het hoger beroep van betrokkene werd eveneens ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 25 juli 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit van de minister en verklaart de hoger beroepen ongegrond.