ECLI:NL:RVS:2025:3373
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De minister van Asiel en Migratie wees op 23 juli 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 januari 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 23 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling bevestigde dat de minister de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen niet deugdelijk had gemotiveerd, met name in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank terecht had overwogen dat niet alle relevante omstandigheden globaal waren meegewogen. De overige griefpunten van de minister werden niet behandeld omdat het hoger beroep reeds ongegrond werd verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.