ECLI:NL:RVS:2025:3370
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Verzoekers, waaronder minderjarige kinderen, hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te trekken. Na een eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, heeft de minister het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Verzoekers zijn hiertegen in beroep gegaan en hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarom is het verzoek afgewezen. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan in het openbaar op 23 juli 2025 door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. Hiermee blijft de intrekking van de verblijfsvergunning van kracht zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.