ECLI:NL:RVS:2025:3365
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en verwijzing naar rechtbank
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep heeft de minister inmiddels het besluit genomen en de aanvraag afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant daardoor het doel van de procedure heeft bereikt en geen belang meer heeft bij het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit. De stelling van appellant over mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn is onvoldoende gespecificeerd om ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
Verder verwijst de Afdeling naar een lopende prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie over de verlenging van de beslistermijn, maar dit beïnvloedt de huidige ontvankelijkheidsvraag niet. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Ten slotte wordt het beroep tegen het besluit van 25 juni 2025, waarbij de aanvraag is afgewezen, krachtens de Awb doorverwezen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, die gespecialiseerd is in asielzaken. Hierdoor blijft de mogelijkheid tot hoger beroep tegen dat oordeel open.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit zelf wordt verwezen naar de rechtbank.