ECLI:NL:RVS:2025:3364
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 22 juli 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit, waarna de rechtbank Den Haag op 15 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De rechtbank bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 23 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is, omdat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen en andere relevante omstandigheden heeft meegewogen bij de beoordeling van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van C.M. Wissels.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.