ECLI:NL:RVS:2025:3357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verlenging overdrachtstermijn vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 februari 2025 besloten de overdrachtstermijn van appellant met twaalf maanden te verlengen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 2 juni 2025. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Uit het dossier blijkt dat de overdrachtstermijn eerder was opgeschort vanwege een voorlopige voorziening in een eerdere procedure. De rechtbank had op 18 december 2024 uitspraak gedaan, waardoor de overdrachtstermijn tot 18 juni 2025 liep. Appellant is echter op 28 maart 2025 daadwerkelijk overgedragen aan Kroatië, binnen de oorspronkelijke termijn.
De Raad van State overweegt dat de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit zelf niet ter beoordeling staat in deze procedure, maar alleen de vraag of de verlenging van de overdrachtstermijn door de minister was toegestaan. Omdat appellant reeds is overgedragen binnen de oorspronkelijke termijn, heeft hij geen belang meer bij de beoordeling van de verlenging. Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant reeds tijdig is overgedragen en geen belang heeft bij beoordeling van de verlenging.