ECLI:NL:RVS:2025:3354
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 3 juli 2025 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 23 juli 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.