ECLI:NL:RVS:2025:3345
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak afgewezen
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 16 januari 2025 is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 juni 2025 ongegrond verklaarde. Verzoeker ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juli 2025 besloten een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt, een bedrag van €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter weegt de belangen af en volgt eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). De uitspraak is openbaar gedaan en ondertekend door mr. M. den Heyer als voorzieningenrechter en mr. J.W. Prins als griffier.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.