ECLI:NL:RVS:2025:3329
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die bij besluit van 15 februari 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 10 maart 2025 door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, welke op 17 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek daarom af.
De minister is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster in aanwezigheid van griffier N. Capel op 21 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.