ECLI:NL:RVS:2025:3325
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat hij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Dit bezwaar werd op 31 juli 2024 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet is gebleken van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek daarom af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 23 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.