ECLI:NL:RVS:2025:3320
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
Verzoeker heeft op 25 september 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt, dat op 9 december 2024 ongegrond werd verklaard door de minister. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat uit het verzoek niet blijkt dat er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en is de minister niet verplicht gesteld om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 21 juli 2025 in aanwezigheid van griffier N. Capel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.