ECLI:NL:RVS:2025:3319
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 juni 2024 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 4 maart 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De griffier wees verzoeker bij brief van 8 mei 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening, met een uiterste betaaldatum van 15 mei 2025. Verzoeker betaalde het griffierecht niet en stelde op 19 mei 2025 een beroep op betalingsonmacht, maar leverde niet tijdig de vereiste stukken aan ter onderbouwing hiervan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 21 juli 2025 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.