Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3312

Raad van State

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
21 juli 2025
Zaaknummer
202502657/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning

Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 12 november 2024 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat bij besluit van 14 januari 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.

Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 21 juli 2025 in aanwezigheid van griffier N. Capel LLM.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

202502657/2/V2.
Datum uitspraak: 21 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 april 2025 in zaak nr. NL25.2617 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.      Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.      Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van N. Capel LLM, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Capel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2025
1024