ECLI:NL:RVS:2025:3309
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 30 augustus 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Het bezwaar van verzoeker werd bij besluit van 11 december 2024 ongegrond verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank bij uitspraak van 16 april 2025 het beroep van verzoeker eveneens ongegrond.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De griffier wees verzoeker bij brief van 8 mei 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht vóór 15 mei 2025. Verzoeker betaalde dit griffierecht niet en zijn beroep op betalingsonmacht werd verworpen wegens het niet tijdig overleggen van bewijsstukken.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen aan de betalingsverplichting. De minister werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding. De uitspraak werd op 21 juli 2025 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.