Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3293

Raad van State

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000685
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening minister tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel

De minister van Asiel en Migratie had op 26 mei 2023 verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd verleend aan betrokkenen. Later wees de minister een verzoek tot heroverweging af dat betrekking had op eerdere niet-ontvankelijk verklaarde asielaanvragen uit 2018 en 2019. De rechtbank verklaarde op 13 mei 2025 de beroepen van betrokkenen gegrond en vernietigde de besluiten voor zover die de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen betroffen, en beval nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van haar uitspraak.

De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat nadere beoordeling van de grieven vereist is die niet in deze procedure kan plaatsvinden, en dat de belangen van partijen dit rechtvaardigen.

Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.000685
Datum uitspraak: 21 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 13 mei 2025 in zaken nrs. NL23.17632 en NL23.17633 in het geding tussen:
[betrokkene 1] en [betrokkene 2], mede voor hun minderjarige kinderen,
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluiten van 26 mei 2023 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij aanvullend besluit van 30 april 2025 heeft de minister een verzoek om bestuurlijke heroverweging van de besluiten van 25 juni 2018 dan wel de besluiten van 18 december 2019, waarbij de eerdere asielaanvragen van betrokkenen niet-ontvankelijk zijn verklaard, afgewezen.
Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd voor zover die zien op de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op het verzoek om heroverweging neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.        De beoordeling van de grieven vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Lagaaij
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2025
936