ECLI:NL:RVS:2025:323
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen pergola als tuinmeubilair in Duiven
Het college van burgemeester en wethouders van Duiven weigerde handhavend op te treden tegen een bouwwerk dat door de eigenaar als pergola wordt aangeduid op een perceel in Duiven. Appellante, wonend op het naastgelegen perceel, stelde dat het bouwwerk onderdeel uitmaakt van de erfafscheiding en daarmee een vergunningplichtige overtreding vormt. Het college kwalificeerde het bouwwerk als tuinmeubilair, dat omgevingsvergunningvrij is indien het lager is dan 2,5 meter.
De rechtbank oordeelde dat het bouwwerk geen afscheiding vormt en bevestigde het standpunt van het college. In hoger beroep betoogde appellante dat het bouwwerk en de schutting als één erfafscheiding moeten worden gezien, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bouwwerk qua uiterlijk en functie te onderscheiden is van de schutting en geen afscheiding vormt.
De Afdeling bevestigde dat het bouwwerk omgevingsvergunningvrij is en dat het college terecht geen handhavend optreden verrichtte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot handhaving tegen het bouwwerk bevestigd.