Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3208

Raad van State

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000689
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag door nationale procedure

Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 20 maart 2025 niet in behandeling werd genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de minister laten weten dat appellant inmiddels is opgenomen in de nationale asielprocedure, omdat de overdrachtstermijn is verstreken. Hierdoor bestaat geen onduidelijkheid meer over de verantwoordelijke lidstaat voor de asielaanvraag. Dit betekent dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 18 juli 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant is opgenomen in de nationale asielprocedure.

Uitspraak

BRS.25.000689
Datum uitspraak: 18 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 juni 2025 in zaak nr. NL25.13490 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Saakjan, advocaat in Maastricht, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.        De minister heeft de Afdeling desgevraagd laten weten dat appellant wordt opgenomen in de nationale asielprocedure, omdat de overdrachtstermijn in zijn geval is verstreken. Er bestaat dus geen onduidelijkheid meer over de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van appellant. Hij heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Koelman, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Koelman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025
1021