ECLI:NL:RVS:2025:3208
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag door nationale procedure
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 20 maart 2025 niet in behandeling werd genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de minister laten weten dat appellant inmiddels is opgenomen in de nationale asielprocedure, omdat de overdrachtstermijn is verstreken. Hierdoor bestaat geen onduidelijkheid meer over de verantwoordelijke lidstaat voor de asielaanvraag. Dit betekent dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant is opgenomen in de nationale asielprocedure.