ECLI:NL:RVS:2025:3175
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 22 juli 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van betrokkene om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 20 februari 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister van Asiel en Migratie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin betreffen.
De rechtbank had een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek geconstateerd in het besluit van de staatssecretaris, een gebrek dat eenvoudig te herstellen is. De Afdeling bevestigt deze constatering en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.