ECLI:NL:RVS:2025:3155
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af vanwege een administratieve omissie.
In hoger beroep klaagt appellant terecht dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende ondanks het geconstateerde bevoegdheidsgebrek. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank dit gebrek had moeten honoreren met een proceskostenveroordeling.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de proceskostenvergoeding werd afgewezen, bevestigt het overige en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De vergoeding betreft € 2.721,00 aan rechtsbijstandskosten en € 476,00 aan griffierecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant wegens bevoegdheidsgebrek in het bestreden besluit.