ECLI:NL:RVS:2025:3147
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben bij besluiten van 8 januari 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen. Vervolgens hebben zij tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 12 juni 2025 de beroepen ongegrond verklaarde.
Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen grieven bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens was er geen zelfstandig bestreden oordeel dat de uitspraak van de rechtbank kon dragen.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.