Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3045

Raad van State

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
202402365/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Raad van State vernietigt besluit beëindiging bescherming en uitzetting vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 1 september 2023 het recht op bescherming van betrokkene beëindigd op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. Tevens werd betrokkene opgedragen de EU binnen vier weken te verlaten. Dit besluit werd op 14 februari 2024 ingetrokken. Vervolgens stelde de staatssecretaris bij besluiten van 24 januari en 7 februari 2024 vast dat betrokkene niet langer rechtmatig in Nederland verbleef en gaf een nieuwe vertrekopdracht.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk, maar oordeelde dat de latere besluiten onrechtmatig waren en vernietigde deze. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en daarmee de vernietiging van de besluiten door de rechtbank teruggedraaid. De uitspraak betreft de toepassing van het vreemdelingenrecht en de bescherming op grond van Europese richtlijnen en uitvoeringsbesluiten.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de vernietiging van de vertrekbesluiten door de rechtbank wordt teruggedraaid.

Uitspraak

202402365/1/V3.
Datum uitspraak: 7 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 maart 2024 in zaken nrs. NL23.25167 en NL24.6176 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 14 februari 2024 ingetrokken.
Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft zij betrokkene vervolgens opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.
Bij uitspraak van 27 maart 2024 heeft de rechtbank het door betrokkene tegen het besluit van 1 september 2023 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het door betrokkene tegen de besluiten van 24 januari 2024 en 7 februari 2024 ingestelde beroep gegrond verklaard en die besluiten vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T.E. van Houwelingen- Boer, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De minister en betrokkene hebben op verzoek van de Afdeling schriftelijke zienswijzen gegeven op het arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2024, Kaduna e.a., ECLI:EU:C:2024:1038.
Overwegingen
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
III.      verklaart het beroep gegrond;
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Trappen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025
985