ECLI:NL:RVS:2025:3026
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep wegens correcte informatieplicht
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 30 april 2025 in bewaring. Appellant stelde beroep in tegen deze bewaring, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 16 mei 2025 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij betoogde dat de minister niet voldoende had geïnformeerd over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de bewaring, met name dat het niet duidelijk was dat dit ook zonder advocaat kon.
De Afdeling oordeelde dat de minister met de verstrekte informatiefolder wel degelijk had voldaan aan de informatieplicht, aangezien appellant op de hoogte was gesteld van de mogelijkheid tot beroep. De Afdeling zag geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.