ECLI:NL:RVS:2025:2909
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 24 december 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank heeft op 24 april 2025 het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister meegedeeld dat appellant met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en dat de gemachtigde van appellant geen contact meer met hem heeft. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en dus geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 30 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang van appellant.