ECLI:NL:RVS:2025:274

Raad van State

Datum uitspraak
27 januari 2025
Publicatiedatum
27 januari 2025
Zaaknummer
202407953/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 december 2024 niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep mogelijk is tegen het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel. De door de vreemdeling aangevoerde gronden bieden geen aanleiding om af te wijken van dit verbod, aangezien er geen sprake is van een oneerlijk proces.

Daarom verklaart de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 27 januari 2025.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.

Uitspraak

202407953/1/V3.
Datum uitspraak: 27 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 december 2024 in zaak nr. NL24.48568 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door de vreemdeling ingestelde beroep
niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A. Blaas, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
1.1.    Wat de vreemdeling aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
2.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2025
347-1017