ECLI:NL:RVS:2025:274
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 december 2024 niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep mogelijk is tegen het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel. De door de vreemdeling aangevoerde gronden bieden geen aanleiding om af te wijken van dit verbod, aangezien er geen sprake is van een oneerlijk proces.
Daarom verklaart de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 27 januari 2025.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.